Een dag uit het leven van Jan Roosen: bezoek bij stagiair Marine

Zorg dat je erbij komt, bij de Marine moet je zijn!

Het leek het stagebureau een goed idee om mij een student, die stage loopt bij de Koninklijke Marine te Den Helder, te laten begeleiden. Ik vond het een aantrekkelijk idee om deze bijzondere organisatie te bezoeken.

Dorus
Ik moest onmiddellijk denken aan mijn jeugd. In het jaar 1956 nam de legendarische komiek Tom Manders, alias Dorus, namelijk een lied op dat tevens een ode inhield aan de Marine. Wie kende in die tijd het nummer niet: ” Zorg dat je erbij komt, bij de Marine moet je zijn!” Eens kijken of dit nog steeds geldt.

Qua Patet Orbis
Wat weten we eigenlijk precies van de Marine en het ontstaan ervan? Het blijkt dat Nederland al sinds 8 januari 1488 formeel permanent een georganiseerde zeemacht heeft. Toen besloot de Habsburgse keizer Maximiliaan II, die de feitelijke macht over De Nederlanden bezat, namelijk tot de Ordonnantie (Instructie) op de Admiraliteit. De organisatie van de zeemacht werd toen ‘de Admiraliteit’ genoemd. Pas in 1795 werd deze term vervangen door wat wij nu ‘de Marine’ noemen. Ruim drie eeuwen later, om precies te zijn in 1813, gaf Koning Willem II de Marine een Koninklijke status.

Binnen de Marine springt het Korps Mariniers in het oog, dat zich al eeuwenlang inzet om de internationale handelsvloot te bewaken en tegenwoordig meer specifiek helpt bij crisisbeheersingsoperaties, humanitaire hulpoperaties en rampen. De wapenspreuk van het Korps luidt dan ook niet voor niets: “Qua Patet Orbis”, hetgeen zo wijd als de wereld betekent. Kortom, een interessant reisdoel!

Lesauto’s
Vanuit mijn woonplaats Amsterdam is de reisafstand ongeveer 85 km. Het laatste stuk wordt gevormd door de N9, geflankeerd door het Noord-Hollands kanaal. Rijdend op de N9 gebeurde er iets wat ik steeds vreemder begon te vinden. Bij de afslag Burgerbrug reed een lesauto vlak voor mij de N9 op en die hield, rijdend met een slakkengangetje van 70 km per uur,  het verkeer nogal op.

Daardoor kon ik deze auto goed bestuderen. Ik zag drie antennes boven het dak uitsteken. Op de achterbank meende ik twee heren te zien gekleed in uniform. Wat merkwaardig, dacht ik. Zou ik soms geëscorteerd worden door een gecamoufleerd legervoertuig? Maar natuurlijk, die afslag Burgerbrug zou wel eens een codenaam kunnen zijn om burgers zoals ik in figuurlijke zin de brug over te helpen naar de eindbestemming van hun reisdoel, namelijk het Marineterrein! Ach, wat een onzin!

Ik naderde de volgende afslag bij het plaatsje Wichervlotbrug en de lesauto sloeg linksaf. Maar onmiddellijk voegde een nieuwe lesauto in die weer pal voor mij ging rijden. Dat is toch raar, mompelde ik zachtjes.

Extra alert reed ik door en weer naderde ik een afslag, nu met de mysterieuze naam Groote Keeten. En ja hoor, lesauto nummer 2 sloeg af en diens plaats werd nu ingenomen door nummer drie. Nu wist ik het zeker, mijn bezoek aan de Marine zou niet onopgemerkt voorbij gaan! Ik fantaseerde over de codenaam van de operatie, dat kan niet anders zijn dan “Niet Te Imiteren die Dorus”!

Rangen en Standen
Net voordat ik mijn bestemming had bereikt, was de derde lesauto verdwenen en doemde er een grote slagboom op. De portier kwam naar buiten en na lang bellen, kreeg ik het voordeel van de twijfel en mocht ik naar binnen. Ik had blijkbaar in mijn stijgende verwarring de naam van de juiste hoge functionaris genoemd. Op de gang van het gebouw waar ik moest zijn, kwam de stagiair mij al tegemoet. Hij bleek stage te lopen bij het bureau Aansturing en Regie afdeling P&O, dat de Commandant van de Zeestrijdkrachten van hoogwaardige informatie voorziet op diverse terreinen. Mij werd duidelijk dat de stagiair een marinier was, die o.a. in Afghanistan had gediend. Hij behoorde daar tot de zogenaamde ‘operationele eenheden’.

Na een constructief en plezierig gesprek met hem maakte ik kennis met zijn twee stagebegeleiders, die mij hartelijk en vrij informeel ontvingen. Toen ik hier een opmerking over maakte, vertelden zij mij dat de Marine het meest formele onderdeel binnen de Krijgsmacht is. Men spreekt over het algemeen zijn meerdere aan met zijn rang of met u.

Zo hadden mijn twee  gesprekspartners de volgende rangen:

  • KLTZ: Kapitein–Luitenant–te –zee met als aanspreektitel ‘Overste’
  • LTZ 2OC Luitenant–ter–zee –Oudste Categorie met als aanspreektitel ‘Mijnheer’
    Indrukwekkend!

Handboek
De belangrijkste stagespecifieke opdracht van de stagiair betrof het maken van een handboek. Er bestaat namelijk binnen de Marine de behoefte om tot een uniforme regeling te komen over de beoordeling van bepaalde incidentmeldingen. Het gaat om alle incidentmeldingen die binnenkomen als een ‘melding bijzondere gebeurtenis’ (misdragingen van het personeel) en die van invloed kunnen zijn op de arbeidsrelatie en zelfs tot ontslag kunnen leiden.

Volgens de Overste is het moeilijk om aansluiting te vinden bij bestaande regelgeving, want het betreft immers vaak zaken die te maken hebben met de moraal: “Wanneer wordt de grens van integer handelen overschreden en wat is dan precies ongepast gedrag”? Het handboek moet in de toekomst gaan fungeren als leidraad. Dat is niet zo eenvoudig, realiseerde ik mij. Maar wel een mooie uitdaging voor de stagiair!

Afdeling Communicatie
Ik nam hartelijk afscheid van beide heren en verheugde mij vervolgens op de rondleiding over het Haventerrein. Die had ik namelijk aangevraagd en mijn stagiair zou mij rondleiden over het complex. Maar daar kwam ik niet zomaar binnen! De portier vroeg op norse en enigszins argwanende toon of dit bezoek wel was aangevraagd bij de afdeling ‘Communicatie’. Dit bleek niet het geval en de rondleiding leek even niet door te gaan. Bij het noemen van de naam van de Overste kwam er schot in de zaak. Op werkelijk indrukwekkende wijze maakte de portier vervolgens een terugtrekkende beweging en hij liet ons binnen.

De Razende Bol
Tijdens de discussie tussen mijn stagiair en de portier over de juiste formaliteiten die vervuld hadden moeten worden, werd mijn aandacht getrokken door een mededeling op het prikbord van de portiersloge. De kop van het bericht luidde:

Mededeling voor de Bezorgdiensten van etenswaren
“Het is met ingang van 1 januari 2015 verboden voor alle bezorgers van etenswaren om het terrein te betreden. Bestellingen dienen door het personeel buiten het terrein opgehaald te worden bij de Moormanbrug (de toegangsbrug tot het Haventerrein).”

Dit vanwege verscherpte veiligheidsmaatregelen natuurlijk, zo bedacht ik. En toen werd mij ineens duidelijk waarom deze maatregel nu werkelijk eigenlijk genomen was. Toen wij namelijk de Moormanbrug over reden, richting de portiersloge van het terrein, viel mijn oog op een restaurant/afhaalcentrum  dat net voor de brug was gelegen. De naam van dit restaurant maakte alles duidelijk. Welke zichzelf respecterende organisatie staat er nu etenswaren toe op zijn terrein geleverd door een restaurant genaamd ‘De Razende Bol’?

De Dominee
Nadat alle formaliteiten waren afgehandeld volgde de rondleiding over het Haventerrein. Ik keek als burger mijn ogen uit. Ik bleek het getroffen te hebben, bij toeval lag bijna de volledige vloot binnengaats.

Ik zag een paar enorme amfibische transportschepen zoals de L 801. Ook lag het Belgische fregat genaamd ‘de Leopold’ voor anker, alsmede vier Ocean Patrol Vessels. Dit zijn patrouilleschepen met een ingebouwde radar in de vorm van een kegel.

Aan wal was de NBCD (Nucleair Biological Chemical Damage control) gevestigd en ook zag ik het gebouw van de Explosieven Opruimingsdienst. We reden verder langs grote wooncomplexen, waar personeel intern kan verblijven. Het duizelde mij zelfs een beetje, het leek hier wel op een mini-maatschappij die onafhankelijk van de buitenwereld functioneerde. ”Als het je een beetje te veel wordt , dan kan ik wel de bijstand inroepen van een dominee, want die hebben we hier ook”, merkte mijn stagiair droogjes op. Ik schoot in de lach en daar de rondleiding vrijwel ten einde was, bedankte ik hem hartelijk voor de genoten gastvrijheid.

Zorg dat je er bij komt!
Terug bij mijn auto en op weg naar de uitgang dacht ik bij mijzelf: “Zo gek nog niet die Marine!” Die Dorus had het bijna zestig jaar geleden al bij het rechte eind!

En uit volle borst zingend: “Zorg dat je erbij komt, bij de Marine moet je zijn”, reed ik de openstaande slagboom door. O ja, onderweg naar huis ben ik geen lesauto’s meer tegengekomen…

Amsterdam, 28 januari 2015

Jan Roosen

Dit bericht werd geplaatst in Stage door Jan Roosen . Bookmark de permalink .
Jan Roosen

Over Jan Roosen

Schrijft gepassioneerd en met humor, ter lering en vermaak en is zowel docent, econoom als jurist en aan Hogeschool NTI verbonden als stageadviseur. In het tijdschrift “Fantastische Vertellingen” kun je surrealistische verhalen van zijn hand tegenkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *